Als je maar weet uit welke hoek de wind waait.
Geruis. Daar wil ik het over hebben. Ik stel immers met stijgende verbazing vast hoeveel mensen zeggen dat ze problemen hebben met het geluid van windturbines. Met het uitzicht, ja, maar met het geluid? Ik heb natuurlijk makkelijk praten, ik woon immers niet in de directe omgeving van zo'n moderne molen. Jaren woonde ik langs de windmolen van Marke, zo'n oudste stenen ding met lompe wieken, die zelfs na de restauratie nog zeldzaam aan de praat te krijgen was. Vee lawaaihinder levert zo'n ding niet.
De laatste weken ging ik toch enkele keren fietsen. En elke fietser weet het, wind op kop is oeverloos lastig. Zeker als eenzame fietser krijg je die onzichtbare vijand niet klein. De dominante zuidwester is dit jaar blijkbaar verdrongen door een akelige noordenwind. Daar wil ik het evenmin over hebben. Wel over het suizen van krachtige wind. Je mag er als fietser niet op letten, anders word je gek van het oorverdovende geluid van die rotwind. Luid en hard, en niet eens regelmatig. Lastig. Maar vooral lawaaihinder van de hoogste categorie. Alleen, we ervaren dat niet zo. Heb je jezelf al een een uur of vier door zo'n harde wind moeten duwen. Vooral de wapperende bladeren van de bomen maken een tergend geluid. Je zou liever onder een op hol geslagen windmolen gaan wonen. Ze leggen die dingen tenminste stil als het hard waait. Al is alles relatief natuurlijk. Als je er niet op let lijkt het wel alsof je met de natuur vergroeid bent en de gierende wind iets heel normaal is.
Ik was de voorbije weken regelmatig aan zee. Eerst voor de verkiezingscampagne, en dan was er het onvolprezen dansfestival Dansand in Oostende, en nog veel meer. Daar jaagt de wind het zand over de kustlijn, schuurt het langs je benen. Altijd is er wind. Blazende wind. Hoe meer wind, hoe hoger de golven. En vooral , hoe meer wind, hoe meer geruis de zee produceert. En wat zie je dan? Dat er vele duizenden mensen een appartement met zicht op zee als het hoogste beschouwen dat een mensen kan bezitten. Ja, de zee is mooi. Maar ook daar word je geconfronteerd met het ongenadige geblaas en gespuug van de wind. En zeggen dat heel veel mensen de kracht van de natuurelementen, en de bijhorende vaak oorverdovende geluiden, als een meerwaarde ervaren. En ze hebben nog gelijk ook.
Kortom, niets gaat boven de gesel van koning wind. Behalve als het over een windmolen gaat. We verdragen nog liever het geraas van twintigtonners op de autosnelweg, het gejoel van spelende kinderen in de kinderopvang - als zijn er buren die naar de rechtbank stappen omdat ze vinden dat er in een rustige buurt geen kinderopvang mag zijn, en nog gelijk krijgen ook; denkt het gerecht zo het vertrouwen te herstellen? Ik wens die man en die rechter allebei stormwind voor de rest van hun dagen.
Misschien kan die rechter nog beslissen dat wie in een rustige buurt woont, het recht moet hebben om de wind af te zetten, zoals je dat doet met een muziekinstallatie. En dus, windturbines zijn ondingen, lawaaiproducenten eerste klas. We zijn ertegen, daarom.
Zo geraken we ver in dit land van ons, land van windmakers en windverkopers. Ooit, ooit, lang geleden, in de tijd dat de dieren nog spraken, was er een zanger die zong: "The answer, my friend, is blowin' in the wind."

