Discriminatie van de vrouw in de kiem van haar bestaan
De Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa keurde op 3 oktober een resolutie goed die de prenatale geslachtsselectie wil tegengaan. De resolutie werd eerder besproken in de commissie voor gelijke kansen voor vrouwen en mannen en de commissie sociale zaken van de Raad van Europa, twee commissies waarvan Cindy lid is.
Prenatale geslachtsselectie betekent dat op basis van de bestaande technologieën het geslacht van het ongeboren kind wordt vastgesteld, en men het kind enkel geboren laat worden indien het het gewenste geslacht heeft. Aangezien er in verschillende landen en culturen nog steeds een voorkeur is voor de geboorte van een jongen, worden door prenatale selectie veel meer jongens dan meisjes geboren. Bij deze selectie maakt men gebruik van verschillende technieken, gaande van preselectie van sperma, over genetische diagnose van het embryo voor inplanting tot geslachtsgebonden abortus. Het rapport stelt verontrustende cijfers vast in lidstaten zoals Albanië, Armenië, Azerbeidzjan en Georgië.
Prenatale geslachtsselectie heeft ernstige gevolgen. Enerzijds leidt het tot ontwrichte maatschappijen waarin mannen moeilijkheden hebben om een vrouw te vinden omwille van de schaarse aanwezigheid van vrouwen. Dit tekort aan vrouwen brengt serieuze schendingen van de mensenrechten met zich mee zoals gedwongen prostitutie, illegale vrouwenhandel en een toename van criminaliteit en sociale onrust. Anderzijds leidt het tot een cultuur van genderongelijkheid: het mannelijk geslacht wordt geacht een hogere waarde te hebben dan het vrouwelijk geslacht. De discriminatie raakt vrouwen op nog andere vlakken. Vrouwen worden gedwongen tot abortus of kiezen zelf voor een abortus om de kansen van hun toekomstig kind te maximaliseren.
Prenatale geslachtsselectie moet worden tegengegaan, tenzij ter voorkoming van ernstige erfelijke ziekten die geslachtsgerelateerd zijn (hemofilie A en de ziekte van Duchenne). Heel wat lidstaten hebben prenatale geslachtsselectie al beperkt tot deze medische redenen: België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Noorwegen, Portugal, de Russische Federatie, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. De resolutie spoort de lidstaten van de Raad van Europa aan om:
- de verhouding man-vrouw bij de geboorte te bewaken en op te treden bij een onnatuurlijke verhouding tussen beiden (geslachtsratio);
- gegevens te verzamelen binnen specifieke gemeenschappen m.b.t. de verhouding man-vrouw bij de geboorte en ook gegevens te verzamelen over geslachtsselectie bij medisch ondersteunde voortplanting;
- onderzoek te promoten naar de oorzaken van prenatale selectie en zijn sociale gevolgen;
- richtlijnen te ontwikkelen voor medische teams, zodat zij gesensibiliseerd worden om prenatale selectie tegen te gaan, tenzij ter voorkoming van erfelijke geslachtsgerelateerde ziekten;
- wetgeving aan te nemen die prenatale selectie via medisch ondersteunde voortplanting of abortus verbiedt, tenzij ter voorkoming van erfelijke geslachtsgerelateerde ziekten. In België en vele andere lidstaten wordt overigens reeds bepaald dat prenatale selectie enkel om medische redenen toegelaten is.
De resolutie spoort de landen waar prenatale selectie gedaan wordt, bovendien ook aan om:
- de positie van de vrouw in hun land te verbeteren en om een doeltreffende beleid en wetgeving uit te voeren m.b.t. gendergelijkheid en non-discriminatie;
- naast de sensibilisatie van medische teams, ook de rest van de bevolking te sensibiliseren.
Na tussenkomst van Cindy in de commissie sociale zaken van de Raad van Europa werd de ontwerpresolutie aangepast. Initieel werd er aanbevolen om publieke ziekenhuizen hun artsen op te dragen het geslacht van de foetus geheim te houden. De aanbeveling om het geslacht geheim te houden werd geschrapt uit de resolutie.
Cindy Franssen: "De meest doeltreffende maatregel tegen deze sexe-discriminatie blijft mijn inziens een wettelijk verbod van prenatale geslachtsselectie met een strikte uitzondering voor medische gevallen en dit in combinatie met een doorgedreven sensibilisering van artsen, onderwijs, jeugdwerk,… kortom de volledige maatschappij. Enkel zo kan gendergelijkheid en non-discrimatie realiteit worden."

