Een stap vooruit in overleg en in dialoog
We hebben gisteren de parlementaire werking afgesloten met de goedkeuring van artikelen uit de Grondwet die het nieuwe parlement kan wijzigen.
Ik wil graag de tussenkomst die ik hierover gisteren gaf hier weergeven.
Mijnheer de voorzitter, dames en heren ministers, collega's, sinds 1831 zijn er in ons land vijf heel grote staatshervormingen geweest en hebben wij ons land van een unitaire staat tot een federale staat omgevormd. Elke staatshervorming was erop gericht meer autonomie aan de Gemeenschappen en de Gewesten te geven en dat met één doel: een beter beleid.
Er is - de uiteenzetting van mevrouw Déom heeft dit vandaag nogmaals onder de aandacht gebracht -, zowel ten noorden als ten zuiden van de taalgrens, het besef gegroeid dat ons land een nieuwe stap nodig heeft. Ons land dient te worden hervormd. De huidige bevoegdheidsverdeling is niet aangepast aan de noden van het land, noch aan de noden van Vlaanderen en evenmin aan de noden van Wallonië. Wij hebben nood aan herschikkingen, met meer verantwoordelijkheden voor de regio's. Wij moeten naar een nieuw evenwicht zoeken, om de uitdagingen van morgen, zowel in noord als in zuid, efficiënt te kunnen nagaan.
Meer kwaliteit bij de overheid is nodig voor meer welvaart en welzijn. Willen wij buitenlandse bedrijven aantrekken, dan moeten wij met andere landen de concurrentie aangaan, wat een efficiënte overheid vereist.
Collega's, in de huidige, budgettaire context - wij zullen het er tijdens de campagne nog over hebben - waarvoor wij en de volgende meerderheid staan, zal men met minder meer moeten doen. Dat vergt beleid op maat.
De verklaring tot herziening van de Grondwet, zoals ze vandaag voorligt, gaat verder dan de verklaringen van de vorige twee keer. Een en ander toont aan dat een klimaat tot verandering wellicht meer aanwezig is dan vroeger.
Wij zijn tevreden dat onder meer de artikelen inzake Justitie in de voorliggende verklaring zijn opgenomen. Voor de eerste keer moet recht op veiligheid ook worden geconcretiseerd en een concrete invulling krijgen. Veiligheid en Justitie zijn immers kerntaken van de overheid.
In de huidige regering en het huidige kernkabinet had de huidige minister van Justitie al basisafspraken daaromtrent gemaakt, om meer verantwoordelijkheid ter plaatse te geven, met respect voor de nabijheid, met het doel meer efficiëntie en meer Justitie voor de eenentwintigste eeuw te bewerkstelligen.
Het is onze overtuiging dat Justitie ook behoefte heeft aan de betrokkenheid van de regio's. De regio's maken via decreten immers heel wat wetgeving met strafrechtelijke sancties.
Wanneer er straks prioriteiten inzake het strafrechtelijk beleid bepaald moeten worden, is het logisch dat wie het strafrecht mee creëert, ook betrokken wordt bij de bepaling van de prioriteiten van dit beleid, met respect voor ieders autonomie en met respect voor ieders verantwoordelijkheid.
Collega's, wij zijn ook tevreden met de opname van het artikel tot verbod van de dubbele kandidatuurstelling. Het is nodig dat wij in ons land meer verkiezingshygiëne krijgen. Laten wij eerlijk zijn, het is ook een bekommernis die wij vandaag bij de burgers in de straat voelen: wij worden geconfronteerd met te veel op elkaar volgende verkiezingen, met te vaak dezelfde kandidaten, die eens verkozen, vaak zelfs niet zetelen. Meer verkiezingshygiëne, op basis van een grondwetswijziging, die wij in onderlinge afspraak met alle politieke partijen doorvoeren, kan een stap in de goede richting zijn.
Collega's, zowel in het noorden als het zuiden van ons land, weliswaar in mindere mate, is er al te veel politieke versnippering. Dat maakt een grondswetswijziging steeds moeilijker. In die zin meen ik dat het goed is dat wij de komende legislatuur nadenken over de toepassing van artikel 135, en in welke mate wij die rigide regelgeving wel of niet moeten versoepelen.
Het belangrijkste in het licht van de sociaal-economische uitdagingen die in ons land voor de deur staan en die ons te wachten staan, en die onlosmakelijk verbonden zijn met een staatshervorming, is dat wij de komende legislatuur via bijzondere wetten een aangepast en hervormd bestuur zullen creëren. Ik was dan ook verheugd om gisteren in de commissie vanwege de Franstalige collega's, en ook vandaag nog hier in de plenaire vergadering, te horen dat zij bereid zijn om open die dialoog en die discussie aan te gaan om een bestuur op maat mogelijk te maken.
Zoals Jean-Luc Dehaene zei, een meerderheid kan niet eenzijdig haar wil opleggen, maar een minderheid mag ook geen veto stellen aan terechte ambities van een regio. Dat, collega's, zal de leidraad zijn van na de volgende verkiezingen, wat het oordeel ook zal zijn van de kiezer en wie ook na de verkiezingen ter zake beleidsverantwoordelijkheid zal dragen. Deze verklaring tot herziening van de Grondwet biedt daartoe een openheid. De goede wil die er de laatste dagen is verklaard, biedt daarin ook een openheid. Collega's, hier moet een stap vooruit worden gezet, in overleg en in dialoog.

