Opmaak van begroting 2011
Gisteren kwam ik tijdens de mondelinge vragen in de Kamer tussen omtrent de opmaak van de begroting 2011, ik geef u graag mijn vraag en het antwoord van de Eerste Minister, Yves Leterme, mee.
Servais Verherstraeten (CD&V) : Mijnheer de voorzitter, mijnheer de eerste minister, ons land heeft in het verleden in tijden van communautaire spanningen periodes gekend van budgettaire ontsporingen. Zo hebben wij heel wat lasten overgedragen naar de volgende generaties, en daarvan dragen wij budgettair nu nog steeds de last.
Gelukkig is de begroting nu onder controle en blijven de cijfers onder controle. Collega Dedecker zei dat de politiek daarmee niets te maken heeft. Wij profiteren inderdaad ook van de goede cijfers van ons buurland Duitsland.
Dat is echter niet de enige reden. De gezinnen en de ondernemingen winnen aan vertrouwen, nemen opnieuw mensen aan en besteden opnieuw. Heel veel van die goede cijfers hebben ook te maken met een relancebeleid en een anticrisisbeleid.
Collega's, misschien moet het geheugen van sommigen in dit halfrond nog even worden opgefrist. Ik herinner mij dat sommigen in deze Kamer de anticrisismaatregelen hebben beschimpt, zoals de collega's van de N-VA die het "stupid spending" noemden, terwijl wij nu van de oppositie en van het buitenland lof krijgen toegezwaaid voor de gunstige cijfers.
Wij moeten echter niet op onze lauweren rusten. Een status-quo is niet voldoende. Vandaar dat ook terecht deze regering in lopende zaken met de beperktheid van de bevoegdheden die zij heeft voorbereidend werk moet leveren in voorbereiding van die begroting.
Ik heb dan ook de volgende vragen voor u, mijnheer de eerste minister, en voor uw collega's in de regering. Welke concrete maatregelen neemt u en welke opvolging doet u opdat de goede cijfers van op dit ogenblik gehandhaafd blijven en opdat deze regering in lopende zaken maatregelen zou kunnen nemen wanneer de urgentie dat zou vereisen?
Eerste minister Yves Leterme: Mijnheer de voorzitter, collega's, laat ik starten met de huidige situatie, vooraleer het te hebben over de begrotingsopmaak, de voorbereiding van de begrotingsopmaak voor 2011.
Dames en heren, de realiteit is vandaag gelukkig de volgende. Of er nu een regering is of niet, mijn parool luidt dat, wanneer de regering steeds verantwoordelijk is voor hetgeen slecht gaat, zij ook een klein deel van de verantwoordelijkheid mag opeisen voor hetgeen misschien goed gaat.
In elk geval, de huidige kerncijfers zijn voor ons land inzake budgettaire en financiële toestand goed. De regering legt voor 2010 een beter begrotingsresultaat neer dan de doelstelling die vastgelegd is in het stabiliteitsprogramma, dat met Europa is afgesproken. De economische groei oversteeg in 2010 de verwachtingen en ook voor 2011, op basis van de gegevens van het Planbureau, rekenen wij op een groei van 2 % van het bbp, wat hoger is dan het Europees gemiddelde.
Die groei is - lees ook het document van het Planbureau - in 2011 voor 85 % het gevolg van het aangroeien van de binnenlandse vraag. Terwijl de aanzet in 2010 effectief exportgeleid was, meer bepaald door de Duitse locomotief, bevestigt het Planbureau nu dat de sterkere groei dan het Europese gemiddelde in 2011 in belangrijke mate, voor 85 %, het gevolg zal zijn van de stijging van de binnenlandse vraag. Het is duidelijk dat het relancebeleid werkt.
Collega's, onze schuldtoename in 2010 was de kleinste van alle landen van de eurozone en ligt heel sterk, met 1 % van het bbp, onder het Europees gemiddelde van 5 punten. Wij hebben ondertussen verder een positieve handelsbalans en de spaarquote is uitstekend. Kortom, in de broodnodige sanering van de openbare financiën heeft de regering voorsprong genomen op het traject, dat in 2015 moet en zal leiden naar een evenwicht in de begroting.
Dames en heren, de ambitie van de uittredende regering is om die voorsprong in het belang van het land en zijn toekomst veilig te stellen. Dat is absoluut noodzakelijk, het is absoluut nodig om ondanks de politieke instabiliteit die ons land op het federale niveau kenmerkt, de financiële markten gerust te stellen met betrekking tot de internationale kredietwaardigheid en geloofwaardigheid van België.
België torst immers nog wat ik zou noemen een historische schuld van ongeveer 340 miljard euro of juist geteld iets meer dan 97 % van het bruto binnenlands product.
Het is juist - en er is naar verwezen door collega's - dat de regering in lopende zaken, meer bepaald op 10 januari, van het staatshoofd de vraag heeft gekregen om initiatieven te nemen om de begroting 2011 voor te bereiden en de saldi van die begroting te verbeteren, dermate dat wij de Europees afgesproken doelstellingen zouden verbeteren.
De regering is uiteraard begonnen met de voorbereiding van die begroting. De economische begroting van het Planbureau is in ons bezit.
U hebt kunnen zien - er is ook naar verwezen - dat de groei voor 2011 nu op 2 % wordt geraamd, weliswaar met een inflatie die hoger uitvalt dan voorzien, meer bepaald 2,7 %.
Inzake groei scoren wij beter dan het Europees gemiddelde, maar het is duidelijk dat ook de inflatie daarentegen hoger uitvalt dan wat in Europa gangbaar is.
Beide cijfers, beide sleutelelementen, enerzijds de groei en anderzijds de inflatie, zullen mee de grondslag vormen van de opmaak van de begroting van 2011.
De uittredende regering heeft aan de administratie Budget en Beheerscontrole en aan het monitoringcomité dat wij in april 2010, precies ter bewaking van het budgettair traject, in het leven hebben geroepen, gevraagd om op basis van de recente ramingen van het Planbureau de uitgavencijfers van de verschillende departementen en overheidsdiensten te ramen. Op basis hiervan kan en zal de uittredende regering de opmaak van de begroting 2011 verder voorbereiden, opstarten en een nieuw meerjarig traject opstellen, dat hoe dan ook tot het evenwicht in 2015 moet leiden.
Het meerjarig traject - dit is een antwoord op een aantal specifieke vragen - is een essentieel onderdeel van de rapportering die door de Europese Commissie van ons land wordt verwacht in het kader van wat ondertussen gemeenzaam het zogenaamde Europese semester wordt genoemd.
Ten gevolge van de financiële crisis verscherpt de Europese overheid immers het toezicht op de economische en begrotingsdoelstellingen van de verschillende lidstaten.
Bij de voorbereiding van de begroting 2011 en bij het uitschrijven van het meerjarig stabiliteitstraject, dat van ons wordt verwacht, komt het de uittredende regering uiteraard niet toe de fundamentele beleidskeuzes te maken, die het voorwerp moeten uitmaken van een regeerakkoord van een nieuwe meerderheid.
Wel zal de uittredende regering tijdens de lopende zaken alles in het werk stellen en alle bewarende maatregelen nemen om de economische en budgettaire doelstellingen veilig te stellen en, waar nodig, aan te scherpen.
Dat heeft de uittredende regering de voorbije zeven maanden trouwens gedaan. Ze kan op dat vlak zeer behoorlijke resultaten voorleggen.
Uiteraard spreek ik met betrekking tot de voortgang van de werkzaamheden onder voorbehoud van de initiatieven die behoren tot het prerogatief van het staatshoofd.
Collega's, mocht de regeringsvorming nog meer tijd vergen, dan zal de uittredende regering al het nodige doen om ten aanzien van de Europese Commissie en andere bevoegde internationale instellingen de economische, de budgettaire en de financiële stabiliteit van het land te bewijzen.
Op basis van het werk van de afgelopen maanden is er echt geen enkele reden om eraan te twijfelen dat de uittredende regering dat in samenspraak met het Parlement met de nodige ernst zal doen.
Ik rond af met een oproep. Ik roep alle verantwoordelijken, alle politieke verantwoordelijken in ons land, op om naar daad en naar woord enkel de welvaart van ons land voor ogen te houden en die welvaart niet in het gevaar te brengen.
Servais Verherstraeten (CD&V): Mijnheer de voorzitter, collega's, een regering in lopende zaken blijft een regering in lopende zaken.
Het is goed dat deze regering bewarende maatregelen neemt om de budgetten onder controle te houden en een begroting voorbereidt, zodanig dat een toekomstige regering met volheid van bevoegdheid in een goed budgettair kader kan starten en niet voor onaangename verrassingen komt te staan.
Dat belet niet dat ons land nood heeft aan structurele hervormingen. Wij kunnen dan ook niet het signaal negeren van die duizenden mensen die zondag jongstleden op straat zijn gekomen. Ons land heeft nood aan een evenwichtig akkoord en aan een regering met volheid van bevoegdheid, die niet alleen een antwoord biedt op de communautaire noden, maar ook op de sociaaleconomische en de maatschappelijke noden, want die zijn ook belangrijk.

