Caroline Gennez en Bernard Dewulf
komt als eerste aan. Wat onwennig. Met een donkere zonnebril. De koffie is geserveerd. Hij vraagt een glas wijn. 'Stress', zucht hij. 'Te veel heren te dienen, ik ben dat niet gewoon. Ik heb altijd voor één broodheer gewerkt. En nu heb ik de voorbije twee jaar zowat alles gedaan voor verschillende opdrachtgevers, en eigenlijk kan ik daar niet zo goed tegen. Het freelanceleven is niet echt iets voor mij, denk ik, ik zou er gek van worden'. Het glas witte wijn ontspant duidelijk. Hij strekt de benen, kijkt rond, neemt de omgeving in zich op. 'Prachtig. Net een schilderij van Hopper. Zet rechts een vrouw en links een lassiehond en het beeld is compleet.'
Krakende kiezels achter de tuinpoort. Het geluid van hooggehakte vrouwenschoenen. Zij is er. In een zomerse wikkeljurk. Ook zij laat de koffie voor wat hij is. 'Geef mij maar water, ik ben geen koffiedrinker.' Ze kijkt rond. 'Zo mooi hier.' En dan: 'Dit is toch de villa waar Dewever en di Rupo...?' Giechels. 'Een historische plek dus'.

