Plenaire vergadering Vlaams Parlement
Door CHOKRI MAHASSINE op 21/12/2011
Vandaag spreek ik de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement toe. Daarna stemt het Vlaams Parlement over de begroting voor het jaar 2012. Ik houd een pleidooi voor meer aandacht voor jongeren.
Hieronder vind je mijn volledige toespraak.
Beste collega's,
Ik word de komende vier minuten als spreker ondergebracht in de categorie 'cultuur, jeugd, sport en media', maar sta mij toe dat ik vandaag uit het carcan van die commissie treed en grenzen openbreek. Als allerlaatste spreker zal u mij dat niet kwalijk nemen.
Ik wil het bij deze budgetbespreking niet hebben over de 70 miljoen van het beleidsdomein Jeugd. Die pot voor 'jeugdbeleid in de vrije tijd' is in goede handen bij de minister, we hebben er in de commissie over kunnen discussiëren. Ik wil het wel hebben over de overige 25 miljard Vlaamse middelen en wat die betekenen voor kinderen en jongeren.
Beste collega's, dat is pas écht jeugdbeleid. 25 miljard die we toetsen aan de effecten op kinderen en jongeren. 25 miljard waar de hele samenleving gebruik van maakt, die heel veel mensen mobiliseert, verzorgt, stimuleert, initiatief doet nemen. Die oog heeft voor jeugd, kinderen en jongeren.
Beste leden van de regering, enkele maanden geleden hebben u en ik het Vlaams Jeugdbeleidsplan goedgekeurd. Het is een heel ambitieus plan, bijna alomvattend, waarin elke minister precieze engagementen is aangegaan om in zijn eigen bevoegdheidsdomein te werken aan het welzijn van kinderen en jongeren. Alle beleidsdomeinen hebben er mee te maken. Ik denk aan jeugdlokalen en ruimtelijke ordening, het jeugdrecht, rechten van kinderen in instellingen en in hun gezinssituatie, jongeren die activiteiten willen organiseren zonder planlast … Noem maar op.
Ik heb een snelle screening gedaan van alle beleidsbrieven en gekeken hoe iedere minister het Vlaams Jeugdbeleidsplan zal uitvoeren. Ik kan u zeggen: er is nog werk aan de winkel. Misschien kwam de goedkeuring van het Jeugdbeleidsplan net te laat om tot in detail te worden omgezet of uitgewerkt in de beleidsbrieven, maar ik reken er alleszins op dat de acties uit het plan gerealiseerd worden, dat iedere minister zijn huiswerk maakt en de komende jaren de nodige budgetten voorziet.
Het Jeugdbeleidsplan mag geen vodje papier zijn!
Collega's, jongeren in Vlaanderen groeien op in een moeilijke periode, in een periode van crisis die op hen een beslissende invloed kan uitoefenen, die richtinggevend is voor hun houding, hun levenswijze, hun kijk ook ten aanzien van de politiek . Sommigen zullen zich zonder noemenswaardige problemen door de crisis kunnen worstelen, omdat hun ouders mee helpen de lasten te dragen of omdat zij na hun studies onmiddellijk een goede job hebben gevonden. Anderen zullen het veel moeilijker hebben. Jammer genoeg zijn er nog heel wat kenmerken die de persoonlijke ontwikkeling van jongeren kunnen tegenhouden: opgroeien in een allochtoon gezin, in kansarmoede of wonen in een achtergestelde buurt, jongeren met leermoeilijkheden of met een zorgbehoefte: een handicap, taalachterstand, of jongeren die het slachtoffer zijn van discriminatie.
Vorige week hebben wij in de commissie werk nog gedebatteerd met minister Muyters over de werkloosheid bij jongeren. Ik sta achter de aanpak van de minister om in te zetten op een human-resources-beleid bij de bedrijven, dat leeftijdsbewust is en rekening houdt met de kenmerken van specifieke doelgroepen: allochtonen, jongeren. We moeten de ongekwalificeerde uitstroom tegengaan en meer samenwerken tussen onderwijs en bedrijfsleven. De bedrijven zullen bereid moeten zijn om te investeren in visie en knowhow.
Overheid én bedrijven kunnen jongeren weer perspectief, hoop geven. Zij moeten hen stimuleren om initiatief te nemen, om creatief te zijn, zonder angst naar de toekomst te kijken, maar ook bijstaan wanneer het nodig is. Dat is een opdracht van elk van ons, in elk beleidsdomein.
Ik dank u.

