Toespraak van premier Yves Leterme eerstesteenlegging nieuw OCMW-rusthuis Sint-Paulus

Door YVES LETERME (NL) op 20/05/2011

Vandaag kunnen we de eerste steen leggen van een nieuw rusthuis. Dat doen we van harte, omdat zo'n eerstesteenlegging meer is dan het startsignaal van een nieuw bouwwerk - overigens de grondwerken hebben terecht niet gewacht op die eerste steen. Die eerstesteenlegging is vooral ook de uitdrukking van een maatschappelijke bekommernis die we samen delen: de zorg voor de burger die recht heeft op een goede en goed begeleide oude dag. Elke eerste steen van een woonzorgcentrum is een maatschappelijke hoeksteen: zo'n steen zegt dat het fundament van onze samenleving de zorg is voor de mens, de aandacht voor het welzijn van de burger. Alles draait daarrond: hoe wij als overheid en als samenleving kunnen zorgen voor meer welzijn.

De zorg zal de volgende jaren een enorme groei kennen, onder meer door de vergrijzing van de bevolking. OCMW's en welzijnsvoorzieningen zullen op zoek moeten gaan naar creatieve en innovatieve oplossingen, niet alleen omdat er een grotere groep bejaarden aantreedt, maar ook omdat de bejaarde van morgen andere eisen stelt en andere behoeften heeft dan die van gisteren. Want niet alleen de samenleving verandert, ook de mens verandert. Nieuwe gebruikers stellen nieuwe vragen aan de welzijnssector en de overheid. De bouw van dit nieuwe woon- en zorgcentrum wil daar een antwoord op bieden.

Ouderenzorg verdient een bijzondere aandacht van het gemeentelijke beleid, in het licht van de demografische ontwikkeling. Het aantal zestigplussers zal tegen 2040 bijna verdubbelen, en demografen verwachten zelfs dat het aantal 85-plussers vanaf 2050 één vierde van de groep 65-plussers zal uitmaken. Er is een vergrijzing binnen de vergrijzing aan de gang: het aantal 80-plussers wordt steeds groter. Tegen 2050 zou één op de drie personen 75 jaar of ouder zijn.

Zorgverleners en instellingen worden nu al geconfronteerd met een stijgende vraag naar opvang en thuisverzorging, en vragen almaar meer overheidsmiddelen om hun aanbod te kunnen verhogen en kwalitatief te verbeteren. Het is een feit dat de uitgaven voor rusthuizen, woon- en zorgcentra en thuisverpleging al jaren de snelst groeiende post in de ziekteverzekering vormen.

Maar er is ook een andere verschuiving. Oudere senioren blijven veel langer zelfstandig dan vroeger. De globale zelfredzaamheid bij de thuiswonende bevolking van 65 jaar en ouder is de afgelopen dertig jaar sterk toegenomen. Het aantal 65-plussers dat volledig afhankelijk is van de hulp van derden is gehalveerd (van 10 naar minder dan 5 procent). Dat betekent dat het verlies aan zelfredzaamheid trager verloopt.

Met andere woorden het zou best kunnen dat de bijkomende levensjaren in toenemende mate in goede gezondheid worden afgelegd, en dat de mate waarin de senioren een beroep doen op gezondheidszorg relatief zal afnemen. Maar we leven langer en dus groeit toch de noodzaak van residentiële opvang, weliswaar op een steeds hogere leeftijd. De verschuiving in de populatie van onze woon- en zorgcentra toont dit. Ik vermoed dat de gemiddelde leeftijd van de bewoners van Sint-Paulus ook meer dan tachtig is. Men komt veel later naar hier en dus is de zorg er anders dan vroeger.

Mensen leven - gelukkig - steeds langer en steeds langer gelukkig, maar bij hogere leeftijd neemt de zorgbehoevendheid toe. Ook de kans op vereenzaming neemt toe. De bejaarde wil zich omringd weten door zorgende handen en zorgzame harten. Maar het familiaal netwerk is vaak te klein om de zorg voor de eigen bejaarden te dragen. Bovendien, kinderen en kleinkinderen wonen niet meer vanzelfsprekend in de buurt van hun ouders en grootouders. Daarom is het belangrijk dat we de omkadering van bejaarde mensen versterken.

De bejaardenzorg moet daarenboven rekening houden met de mondige senior van vandaag die terecht hoge eisen stelt op het vlak van comfort, vrijheid en zorg. Ook in zijn zorgvraag is hij een 'consument' geworden. Meer nog vraagt hij een zorgverstrekking die beantwoordt aan zijn of haar individuele zorgbehoeften. Dat hoort ook het uitgangspunt te zijn van een deugdelijk ouderenzorgbeleid.

De overheid dient enerzijds de ondersteuning van de vraag naar meer thuiszorg te versterken, anderzijds te zorgen voor hedendaagse residentiële zorg, opgenomen in een cluster van dienstverlening buiten en binnen de muren, van thuiszorg over kortverblijf tot rusthuis. Als antwoord op de nieuwe zorgvragen van de ouder wordende mens. En zo gebeurt het ook hier.

Omdat het OCMW van Langemark-Poelkapelle maar al te goed de noden en de vragen kent, pakt het in zijn nieuwe woonzorgcentrum uit met een nieuw concept dat het volledig uit eigen middelen bekostigt, de "zorgkamers". Deze nieuwe vorm van residentieel verblijf biedt aan de nog mobiele bejaarde alle zorgen van de het rusthuis maar tegelijk de mogelijkheid tot zelfredzaamheid en autonomie. Afhankelijk worden en zijn autonomie kwijtspelen is een schrikbeeld van veel oudere mensen. Ze willen zo lang mogelijk hun zelfstandigheid bewaren en de regie van hun leven in handen houden. Ook al omdat mensen "op gezegende leeftijd", zoals men dat vroeger zei, van zichzelf niet vinden dat ze oud zijn: twee op drie 75- tot 90-jarigen zeggen dat ze zich niet oud voelen. Op de tweevoudige vraag naar opvang én zelfstandigheid geeft Sint-Paulus met zijn "zorgkamers" een passend antwoord.

Het mag daardoor duidelijk zijn dat het denkwerk over de bejaardenzorg van de toekomst nog niet ten einde is. We moeten uiteindelijk evolueren  naar 'woonzorgzones' waarin niet enkel de zorg dicht bij huis wordt gebracht en de zorgpartners op elkaar worden afgestemd, maar waar ook de andere aspecten die het welzijn op een oudere leeftijd worden gegarandeerd: mobiliteit, verkeersveiligheid, aangepast wooncomfort, sociale integratie… Tegelijkertijd houdt dit in dat we verder nadenken over specifiek zorgaanbod voor bepaalde groepen: zoals voor dementerenden en voor ouderen met psychische aandoeningen, om het palliatieve zorgaanbod niet te vergeten.

Dat alles is slechts te realiseren, als er voldoende mensen zijn die daarvoor hun energie en talenten willen gebruiken. Het motiveren van de zorgverleners en het stimuleren van jongeren om te kiezen voor een loopbaan in deze sector zijn dus belangrijk. Werken aan zorg is ook zorgen voor werk in de zorg, anders is de zorg niet mogelijk.

Dat neemt niet weg dat een goed zorgbeleid niet mogelijk is zonder de onschatbare bijdrage van mantelzorgers en vrijwilligers. De aandacht voor onze kwetsbare medeburgers moet een uitdaging blijven voor de hele samenleving. De zorg voor de bejaarde medemens mag zomaar een 'probleem' worden dat we kunnen  afschuiven op een gespecialiseerde professionele sector.

Daarom wil ik eindigen met een woord van dank aan al die mensen die de bejaarde mensen hier omringen, met zorg en met aandacht, met tijd en met liefde. Een woord van dank aan hen die van zorg hun beroep hebben gemaakt, maar ook een woord van dank aan alle vrijwilligers en mantelzorgers zonder wie de zorg niet volkomen zou zijn. En ten slotte een woord van dank aan de families die hun bejaarde moeder en vader niet vergeten, niet hier zomaar achterlaten maar toevertrouwen zonder hun eigen verantwoordelijkheid op te geven. Bedankt.

 

Het originele artikel

Een reactie toevoegen

Zenden

Een reactie toevoegen

Personaliseer uw eigen Agorati pagina, zonder dat enige identificatie noodzakelijk is! Kies de taal, de geografische dekking, het formaat dat u wenst en de partijen die u wenst te volgen en valideer dan uw keuze. Dat is alles. Geef tot slot ook nog een naam voor uw persoonlijke pagina.

Welke taal?

Welke dekking?

Welk formaat?

Welke partij?

Uw voornaam

  Bevestigen