Toespraak van premier Yves Leterme inhuldiging nieuw Administratief Centrum Londerzeel
Het gesproken woord telt
Dames en Heren,
Ik heb mij -toen ik de vriendelijke uitnodiging kreeg om vandaag bij jullie te zijn- de bedenking gemaakt dat Londerzeel niet zomaar een gemeente als een ander is. De naam van de gemeente doet mij automatisch aan Gerard Walschap denken. Ik ben nog van een generatie, die in school met Walschap ben opgegroeid, zij het soms met de nodige waarschuwingen om je niet te veel te laten beïnvloeden door de vernieuwende teksten van een vrijgevochten auteur. Maar dit kon alleen de fascinatie verhogen om zo vlug mogelijk met Houtekiet en Zuster Ursula kennis te maken. En wanneer wij tot de jaren van het studentenschap waren gekomen hebben wij onze dorst gelest met de toen bij ons erg populaire Palm, die in de Londerzeelse deelgemeente Steenhuffel werd gebrouwen. "Geef maar een Palmtje"… het was bijna een klassieker.
Wanneer ik dan parlementair werd en mij in het peristilium van het parlement- verkeek aan de borstbeelden van onze oud-premiers, dan kwam ik in contact met de beelden van o.a. Leo Tindemans en Jean-Luc Dehaene, die -inderdaad- door een Londerzelenaar, de betreurde Rik Poot, werden gebeiteld. En nog pas één week geleden kruiste "Londerzeel" onze weg, wanneer uw voetbalclub SK in de eindronde van bevordering met 5-1 cijfers onderuit ging tegen de ploeg van mijn stad Ieper. Maar de beleefdheid gebiedt mij om daar niet dieper op in te gaan en mij te concentreren op het onderwerp dat ik, bij deze feestelijke opening, met u wil aansnijden, namelijk de evolutie van het lokale bestuur en de verwachtingen, die de burger -terecht- koestert tegenover dit lokale bestuur.
De tijd ligt nog niet zo gigantisch ver achter ons dat "het gemeentehuis" voor de gewone burger een haast oninneembare burcht was. De burgemeester, de schepenen en de secretaris bogen zich er in hun ivoren toren over de "zaken des volks", daarin ondersteund door enkele bedienden in stofjas. De notulen werden nog met de pen aan het papier toevertrouwd en in stoffige kaften opgeborgen. En behalve om te trouwen, te bouwen of een geboorte of overlijden aan te geven, was het gemeentehuis het exclusieve territorium van de "gekozenen des volks" en de vrij beperkte administratie.
Dit wat karikaturale beeld -ik geef het toe- was gemeengoed tot ongeveer een halve eeuw geleden. Waren het de gemeentefusies van 1971 en 1977, die de ommezwaai teweegbrachten ? Of zijn het de wijzigingen in het tijdsbeeld, die ook het lokaal functioneren hebben dooreengeschud ?
Hoe dan ook, het lokale bestuur is de laatste jaren in een gigantische stroomversnelling terechtgekomen. Toen ik Minister-President van Vlaanderen was heeft de Vlaamse Regering het gemeentedecreet vanaf 1 januari 2007 ingevoerd, heel vlug gevolgd door het OCMW-decreet. Dit was een revolutionaire ingreep, en nog vele gemeenten worstelen met de implementatie ervan. Na de talrijke veranderingen, die bij het begin van de legislatuur moesten ingevoerd worden, zoals de invoering van het managementteam, de interne controle, de beoordeling van de decretale graden, de externe audit, en talrijke procedurewijzigingen, komt nu nog de beleids- en beheerscyclus heel dichtbij.
Wat vandaag gemeenzaam de BBC wordt genoemd moet er morgen voor zorgen dat de beleidsplanning gekoppeld wordt aan de financiële planning en dat hierdoor de doorzichtigheid voor de burgers bevorderd wordt. Wie het lokaal bestuur niet van heel dichtbij volgt kan zich amper voorstellen hoeveel flexibiliteit, inzet en creativiteit de laatste jaren gevergd werd van bestuurders en ambtenaren in gemeenten en OCMW's om deze nieuwe tendensen eigen te maken.
Er wordt verwacht -of beter: het wordt een noodzakelijkheid- dat de gemeente echt als een organisatie gerund wordt met aanwending van de organisatiestructuur van een bedrijf, met introductie van een grotere bedrijfsmentaliteit en met gebruik van managementtechnieken, die tot voor enkele jaren onbekend waren in de gemeenten.
Er wordt steeds meer beroep gedaan op de bestuurskracht en op de nodige -financiële, infrastructurele en personele- middelen voor de lokale besturen om een antwoord te bieden op allerlei maatschappelijke problemen die zich aandienen.
De gemeenten staan immers centraal in de bestuurlijke organisatie. Het lokale niveau staat het dichtst bij de mensen, voelt het best wat er leeft onder de bevolking en kan het vlugst antwoorden aandienen op de problemen van alledag. Dit is ook het fascinerende en het uitdagende van het lokaal functioneren.
Gemeentebesturen zijn genoodzaakt zich goed te organiseren en zich behoorlijk te structureren om aan deze uitdagingen tegemoet te kunnen komen. Het lokale bestuur staat immers het kortste bij de bevolking en het is logisch dat de bevoegdheden en de autonomie van de gemeente moet uitgebreid worden. Dit vereist een degelijke organisatie en een behoorlijke infrastructuur. De gemeente Londerzeel heeft dat perfect begrepen. Vandaag kan de Londerzeelse burger terecht in een duurzaam, hedendaags en functioneel administratief centrum, transparant en geïntegreerd in het centrum van de gemeente. Alle garanties zijn aanwezig om de burger op een goede en hedendaagse manier te ontvangen en te bedienen.
Dit is echter maar één deel van het verhaal. Ook is het noodzakelijk dat het ambtelijk apparaat geresponsabiliseerd en geprofessionaliseerd wordt. Permanente vorming en bijscholing van de ambtenaren is een absolute must. Een kwalitatief sterk personeelskorps, ondersteund door moderne en efficiënte werkmiddelen, is een must en ook hier mag Londerzeel zich gerust op de borst kloppen. Wij zijn daar verheugd over.
En tenslotte is samenwerking een noodzakelijke factor om als lokaal bestuur de hedendaagse uitdagingen aan te kunnen. Samenwerking met andere gemeenten kan een efficiënt middel zijn om de bestuurskracht van de gemeente te verhogen, daar waar de gemeente alleen, ondanks alle inspanningen, dreigt te kort te schieten. Maar de decreetgever hecht ook belang aan de samenwerking tussen gemeente en OCMW. Het Sociaal Huis, de samenwerking op het gebied van nood- en interventieplannen, het administratief overleg en de gemeenschappelijke managementvergaderingen tonen aan dat Londerzeel op dat vlak een voorbeeldrol wil vervullen. Het is niet altijd gemakkelijk om vastgeroeste gewoonten en structuren los te wrikken, om op een nieuwe manier aan politiek te doen, maar het is nodig willen wij de steeds groeiende vragen van de maatschappij doeltreffend opvangen. Creativiteit is hierbij nodig, maar ook omzichtigheid, rekening houdend met de draagkracht, de omgevingsfactoren en de mentaliteit in de gemeente.
De gemeente Londerzeel heeft dit goed begrepen en daarom ben ik graag gekomen om u mijn waardering over te maken. Het is ook voor ons land levensnoodzakelijk dat de lokale besturen efficiënt en kwalitatief functioneren. Beter dan wij te Brussel kan het lokale bestuur beantwoorden aan een primaire behoefte van de burger, de behoefte naar nabijheid. In een samenleving, die op vele vlakken zijn houvast is kwijt geraakt, kan het lokale bestuur een baken zijn en een steun. Voorwaarde is dat het bestuur dicht bij de mensen staat, hun noden capteert en er iets mee doet, in het belang van de totale gemeenschap. Het is een gigantische opdracht, maar ik ben ervan overtuigd dat Londerzeel op dat vlak goed bezig is. Dit administratief centrum is daar het uiterlijke teken van. Proficiat, Londerzeel !

