Tweetalige lijsten pro-Brussel
Een van de voorstellen in de nota van Vande Lanotte i.v.m. Brussel is de opheffing van het verbod op tweetalige lijsten.
Bij gewestverkiezingen, wel te verstaan.
En met een mechanisme om misbruik van taalaanhorigheid uit te sluiten.
De "goede Vlamingen" - in tegenstelling tot de landverraders van Groen! en sp.a - hebben dit natuurlijk meteen afgeschoten.
Ik moet toegeven dat tweetalige lijsten tout court, zonder enig beschermingsmechanisme (gewaarborgde vertegenwoordiging qua aantal zetels) noch controle op de correctheid van de werkelijke (politieke) taal van de kandidaat, gevaarlijk kunnen zijn voor de Vlaamse kandidaten en hun partij.
Ofschoon ik in se 'une sainte horreur' heb van het verschijnsel én het woord "taalaanhorigheid".
Terwijl de globalisering alle grenzen wegvaagt, worden Belgen die aan politiek willen doen levenslang opgesloten in een eenmaal gekozen (?) taal.
Je kunt blijkbaar zo vaak als je maar wilt veranderen van job, van huis, van auto, van vrouw enz. maar als politicus nietnooitentenimmer van taal.
Ik ken ook het verleden van de "faux Flamands" die het FDF in 1971 op de lijsten voor de Agglomeratieraad zette, en ben er van overtuigd dat dergelijke achterdeurtjes gesloten moeten worden.
(lees hierover David Sinardet)
De stelling van de tegenstanders dat tweetalige lijsten betekenen dat het de Franstaligen zijn die beslissen wie op hun lijsten mogen staan, en dat hiermee de invloed van de Vlaamse moederpartijen in Brussel wordt uitgehold, bevat een grond van waarheid.
De hamvraag is evenwel of het niet beter de specifieke Brusselse situatie zou weergeven als politici die samen willen opkomen daar ook samen over beslissen, in plaats van Zellikse zeloten en Gooikse grijsaards.
Dat de angst er vooral bij de CD&V goed inzit, zou kunnen wijzen op slechte ervaringen: zijn er juist niet veel CD&V-ers in de Brusselse gemeenteraden verkozen op "burgemeesterslijsten", soms broederlijk naast/onder/boven FDF-kandidaten, en mochten die soms niet eens hun partij-etiket dragen wegens "te Vlaams"?
En zijn sommigen zelfs zo niet schepen geworden, met verloochening van hun partijaanhorigheid?
De CD&V weet blijkbaar waarover ze spreekt.
De angst voorbij, enkele lucide kanttekeningen:
Is het gevaar op ideologische én taalkundige verloochening niet veel geringer als dergelijke tweetalige lijsten binnen dezelfde politieke familie blijven?
Groen! met Ecolo, sp.a met PS, CD&V met Cdh, open VLD met MR (al ligt het daar gevoeliger wegens het FDF).
Als die (ideo)logische keuze niet gemaakt werd bij vorige gemeenteraadsverkiezingen is het goed mogelijk dat de lijstkeuze op andere argumenten was gestoeld, cru gezegd "om de postjes".
Voor een machtspartij als de CD&V zeer legitiem………….
Voor partijen die geen familie aan de overkant van de taalgrens hebben, zoals N-VA en VB, ligt de zaak moeilijker.
Zij zullen met hun eigen Vlaamse riemen moeten roeien.
Mogen, niet moeten, want vergeet niet dat met de eventuele opheffing van een verbod nog geen verplichting wordt ingesteld.
Dit zou dus ook kunnen leiden tot Vlaamse kartellijsten zoals vroeger heel gewoon was in de gemeentes………….. waar geen gewaarborgde vertegenwoordiging bestaat.
Het is overigens pas sinds de invoering van de "Lambertmontschepen" dat het plaatsen van zo'n potentiële Vlaamse geldbuidel op elke Franstalige lijst interessant wordt.
Een zelfde verschijnsel, zij het zonder de begeleidende financiële transfer, zou zich kunnen voordoen na de invoering van tweetalige lijsten in combinatie met een gewaarborgde vertegenwoordiging.
Gezien het geringere aantal Nederlandstalige kiezers ligt de prijs voor een Nederlandstalig zitje (én evt. een regeringspost) lager dan voor een Franstalige.
Dat is ook nu al het geval, zij het in 2 verschillende politieke campagnes.
Als het binnen dezelfde lijst gebeurt, is het echter opvallender, en pijnlijker……… voor wie er principieel tegen is of wiens persoonlijke ambities erdoor gefnuikt worden.
Laten we het ook eens positief bekijken.
Eigenlijk is het invoeren van tweetalige lijsten een soort mini-federale-kieskring.
Politici worden geacht niet enkel in eigen parochie zieltjes te behouden, doch ook in andere parochies - van hetzelfde geloof! - zieltjes te winnen.
Al bij de samenstelling van lijsten en programma's wordt naar elkaar gekeken en geluisterd, hetgeen tot evenwichtiger betogen leidt dan het mono-communautaire opbod der "twee democratieën in één land".
Denk maar aan het fameuze 56-puntenprogramma van Ecolo en Groen! voor de gewestverkiezingen van 2009.
Ofschoon je met enige fantasie, of slechte wil, ook kunt zeggen dat de Vlaamse kandidaten op overwegend Franstalige lijsten vooral zullen moeten inbinden, op straffe van lijstloosheid.
En dat, zoals de CD&V beweert, dus enkel de "bons Flamands" - niet dezelfden als de "goede Vlamingen" van mijn inleiding - lijstfähig bevonden zullen worden.
De enige partij die er geen enkel probleem mee zal hebben, is ProBruxsel.
Als enige echte BrusselsBrusselse partij, zonder (stief)moeder of -vader in Vlaanderen of Wallonië, zal zij autonoom eindelijk haar grote droom kunnen waarmaken, waar ze bij de vorige gewestverkiezing nog gevangen zat in een institutionele nachtmerrie vol taalaanhorigen 'malgré eux-mêmes'.
En de volgende dag verweesd wakker werd………….. zonder één enkele zetel.

