Vlaamse fictie is een plicht voor de VRT
Vanmorgen handelde het in het programma 'Peeters en Pichal' over hoe belangrijk Vlaamse fictie al dan niet is. En dit ook in het kader van de besparingen bij de VRT. Want, stelt men steeds, minder geld bij de VRT is minder geld voor de producenten van fictie van eigen bodem.
Wel, die insteek snap ik niet. Het is niet omdat de VRT moet besparen dat de Vlaamse fictie moet afgebouwd worden. De fictie die Vlaamse producenten afleveren is niet alleen zeer kwaliteitsvol, het wordt ook druk bekeken. Onze creatieve beeldsector haalt een hoog niveau. En ja, dat kost ook geld. Maar dat mag geen vrijbrief zijn om de dotatie van de VRT dan maar te gaan verhogen.
Het is immers niet door aankoop van Vlaamse fictie dat de openbare omroep in de financiële problemen is gekomen. Dat is louter te wijten aan het cowboybeleid van enkele jaren geleden. En, heel belangrijk, er zijn heel wat andere besparingen bij aan de Reyerslaan mogelijk. Bij de VRT moet men zich dringend eens terug gaan focussen op de kerntaken. En een van die kerntaken is het versterken van de Vlaamse identiteit. En hoe kan dat beter dan met de prachtige Vlaamse fictie die de Vlaamse productiehuizen leveren. Vlaamse fictie is een plicht voor een openbare omroep van de Vlaamse Gemeenschap. Besparingen of niet.

