Waarom ik op 23 januari geen meeloper zal zijn
Opstappen (achter ordewoorden), manifesteren, demonstreren, protesteren, betogen, ik heb het altijd graag gedaan, in alle landen waar ik ooit woonde.
Met vlaggen en spandoeken, met kreten en slogans.
Voor dingen waarin ik geloofde.
Tegen zaken die ik verafschuwde.
In weer en wind, met duizenden en met tientallen.
Maar nog nooit in het wit.
Omdat ik niet in maagdelijkheid en neutraliteit geloof, in de politiek welteverstaan.
Met alle respect voor de organisatoren en voor de manifestanten, maar ik vind hun eisen even evident als hol.
Hoe groter het aantal hoe holler hun vat zal klinken?
Nee, eerlijk, ik hoop dat ze veel volk op de been zullen brengen.
Zonder enig cynisme vrees ik evenwel dat het geen f…. zal uitmaken.
Omdat dit land nu eenmaal gecompliceerd is en met elke staatshervorming gecompliceerder wordt.
Omdat deze staatshervorming door de halsstarrigheid van 2 grote spelers, daarin gesteund door hun respectieve "democratieën", nog veel ingewikkelder is dan de vijf voorgaande.
Omdat niet alle partijen rond de tafel hetzelfde willen (gelukkig maar, want democratie = georganiseerd meningsverschil) en misschien ook niet alle van goede wil zijn.
Omdat de partijen die dat wel zijn, niet genoeg kunnen wegen.
En omdat juist mijn partij zo'n partij is, schaam ik me nog steeds niet voor de politici van dit land.
En dus ook geen plaatsvervangende tricolore schaamte…………… die zich op ordewoord van de organisatoren in het wit moet hullen.
Maar omdat ik naast het Jubelpark woon, kom ik aan het eind misschien wel even kijken.
Ik zal mijn groene vlag thuislaten.
Foto:
Some rights reserved by davi sommerfeld

